Jan Engelman
aan
Menno ter Braak

Maastricht, 16 april 1932

Maastricht, 16 April '32

 

Beste Ter Braak,

Je brief verwondert mij zeer.

Ik had het gedicht ‘Ambrosia’ opgestuurd, een weinig om in mijn eigen taal te reageeren op de ironie van du Perron in aflevering 4, maar ook omdat ik van de redactioneele beslissing op dit vers afhankelijk wilde maken of ik mij überhaupt met jullie poëtisch moest ophouden of niet. Ik was dus verheugd, toen ik vernam dat althans bij twee van de drie redacteuren de natuur boven de wel erg steile (en onhoudbare) leer ging. Nu komt jou brief, waaruit blijkt, dat je je in een onbewaakt oogenblik een ‘friction’ had [gekregen], die je niet had gekeurd vóór de kapper je die gaf, zoodat je nu - naar je eigen criterium kwalijk riekend - door Rotterdam heen moet loopen... Ik vind dat wel jammer, maar tenslotte het minst voor me zelf.

Ook Du Perron schrijft me een briefje, en daaruit blijkt zelfs, dat er een ‘mystificatie’ wordt gevreesd. De coïncidentie is allervermakelijkst. Heeft die vrees misschien invloed uitgeoefend op de zekerheid van het oordell der Forum-redactie? Of vond jij de inzending een pastiche so wie so?

Wat er van zij, er staan voor mij een paar dingen vast.

Ambrosia' is géén mystificatie en ernstig bedoeld. Het is een van mijn beste gedichten, dat jullie niet zou blameeren. Het is veel ‘puurder’ dan ‘Melodie der [onleesbaar]’, dat in Helikon werd opgenomen. Ik zou je kunnen wijzen op het oordeel van Marsman en eenige andere lieden wier goede smaak en wier inzicht in poëtische aangelegenheden mij tot nu toe zeer betrouwbaar voorkwam, maar die helaas niet tot de Forum-redactie behooren. Het staat volstrekt niet zoo ver achter bij ‘Vera Janacopoulos’ als jullie meenen. Het gedicht ‘Vera Janacopoulos’ is in zijn gecomprimeerde en afgesloten vorm natuurlijk onherhaalbaar. En het is, ook voor den beoordeelaar, onzin er bij te blijven stilstaan. Het vers ‘Ambrosia’ heeft echter, op zijne wijze, dezelfde atmosfeer (van muziek en van .... geest), de suggesties die het geeft (en kunst bestaat nu eenmaal in haar [voorgronden] en [middelen] van suggestie) zijn niet van mindere kwaliteit.

Over deze dingen te twisten heeft natuurlijk weinig zin. Als dit schrijven jou dus niets zegt, moet je de copie maar laten terugzenden. (Ik waardeer de wijze, waarop je de schuld van de vergissing op je neemt). Er bestaat dan echter een zoo groote ongelijkheid tusschen onze poëtische waardeeringen, dat ik mij niet opnieuw (met gedichten, al waren zij minde ‘pure’) aan het oordeel der Forum-redactie zal onderwerpen.

Je argument inzake de film-puristen snijdt geen houdt. De Fotografie liegt, het Woord niet. Daarom heb ik al die overdreven film-enthousiasten altijd bekeken met een lodderoog. Alleen wanneer je mij duidelijk maakt, dat de problemen waarmee ik mij inwendig bezig houd, en die voor den goeden verstaander ook in mijn ‘poesie pure’ (ellendige uitdrukking) aanschijn ontvangen, onbelangrijk zijn, wanneer je dus bewijst dat ik eigenlijk Shanghai-Expressjes in verzen zit te fabriceeren, zou je hierin gelijk krijgen.

Ik waardeer je zeer, zooals je weet, maar er gaan eenige dingen aan jou voorbij (en aan Huxley b.v., wiens snobistische en vlegelachtige citaat je boven je Démasqué hebt geplaatst) die velen nog altijd dierbaar zijn. Op dezen weg voortgaande wordt je, vrees ik, een handlanger van hen die rechtstreeks cultuur-afbraak bedoelen.

Beste groeten

van

Jan Engelman

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie