F.J. Krop
aan
Menno ter Braak

Rotterdam, 14 oktober 1931

Rotterdam, 14 October 1931

 

Den WelEdelen Zeergeleerden Heer Dr. M. Ter Braak

Beukelsdyk 143b

Rotterdam

 

WelEdele Zeergeleerde Heer,

De rector van het Rotterdamsch Lyceum, zich mengende in de correspondentie tusschen Dr. J. Strijd en ondergeteekende, waarvan de oorsprong U bekend is, geeft my in overweging U de vragen voor te leggen die ik aan den conrector stelde in mijn brief dato 12 October j.l. Ik heb daar geen bezwaar tegen en verzoek U derhalve my te willen zeggen:

1e Of het vernietigde opstel van Eric voorzien was van een onderschrift en zoo ja, welk;

2e Of gy over dat onderschrift in de klas van Eric hebt gesproken in verband met Uw ongunstig oordeel over bedoeld opstel, ja dan neen;

3e Of U zich de door U gesproken woorden nog kunt herinneren;

4e Of gy ook nog in andere klassen U hebt uitgelaten over het bewuste opstel en het door U geplaatste onderschrift.

Indien gy U ook nog kunt herinneren het juiste oogenblik waarop Eric's opstel is vernietigd, dan zou het my aangenaam zijn dat van U te vernemen.

Uw antwoord gaarne tegemoetziend, heb ik de eer te zyn, WelEdele Zeergeleerde Heer,

Hoogachtend

Uw dw. F.J. Krop

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie