F.J. Krop
aan
Menno ter Braak

Rotterdam, 19 oktober 1931

Rotterdam, 19 October 1931

 

Den WelEdelen Zeergeleerden Heer Dr. M. Ter Braak

Beukelsdyk 143b

Rotterdam

 

WelEdele Zeergeleerde Heer,

Tot mijn leedwezen kan ik aan Uw verzoek om de zaak mondeling te behandelen niet voldoen.

Dat de heer Dr. Schrijver het met Uw zienswijze eens is, verandert aan myn beschouwing nagenoeg niets. Integendeel. Natuurlyk ben ik bereid om daar nader op in te gaan, doch niet voor het oogenblik. Wy moeten de dingen niet verwarren en het tusschen ons gerezen geschil niet noodeloos vertroebelen.

Indien myn berichten juist zijn, dan hebt gy mijn ambt in het openbaar, d.i. voor de klas, bepottelyk gemaakt. En dat komt niet in orde door een gemoedelyk onderonsje.

Gij zyt niet bereid om de door my gestelde vragen schriftelijk te beantwoorden, welnu, laat ik U dan langs dezen weg mogen mededeelen wat my van verschillende zyden ter oore kwam.

Voor de klas moet gy het vernietigde opstel hebben gekwalificeerd als ‘bombast en een aaneenschakeling van holle frazen’. Dat was Uw goed recht en ik geloof ook wel dat Uw oordeel geheel overeenkomstig de waarheid was. Maar daaraan moet gy hebben toegevoegd: ‘Alleen tekst en gezang ontbreken’. Door die toevoeging, in een onderschrift neergelegd, hebt gy het dwaze opstel vergeleken bij een preek, volgens U derhalve te beschouwen als ‘bombast en een aaneenschakeling van holle frazen’.

Indien dat alles juist is, hebt gy my in mijn ambt gekrenkt in tegenwoordigheid van mijn kind en zijn medeleerlingen.

Ik blijf by U aandringen op schriftelijke opheldering; my het recht voorbehoudende om U daarna nog enkele andere dingen te zeggen die my sinds lang dwars zitten. Het is nu eenmaal myn overtuiging dat een vader, die ernst maakt met de opvoeding, ook de religieus-moreele opvoeding van zyn kind, niet alleen het recht heeft, maar ook verplicht is, zich op sommige punten te verstaan met de leeraren die het kind mede opvoeden of, wilt ge, in een bepaalde richting sturen.

Uw antwoord gaarne tegemoetziende,

Hoogachtend

F.J. Krop

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie