W.L.M.E. van Leeuwen
aan
Menno ter Braak

Utrecht, 3 december 1933

Utr. 3 XII-'33

 

B.M.

Dank voor je briefje en ingesloten brieven. Die ik met groote belangstelling las. Ik zelf heb ondertusschen antwoord van Jo Koster die beter vond eerst nog aan mij te schrijven. Kom je dat spoedig bij me inzien. Want ik wil haar graag zoo spoedig mogelijk antwoorden.

Wat die f 50 betreft voor U's met D.K. het is eigenlijk tegen mijn principe. Je zult zeggen dat ik er geen principes op na moet houden en elk geval op zich zelf beoordeelen. Dat is zoo en daarom vind ik het moeilijk. Maar ik betreur het en vind het onmenschelijk dat de auteurs in ons klein landje elkaar steeds zoo fel bestrijden. Vindt men het werk van een ander prullaria uitstekend. Maar waarom die meening aan de groote klok te hangen. Zwijg er over tegenover het publiek en als je iets bewondert, zeg het dan. Heeft Eddy eenige hoop dat hij D.K. tot andere gedachten zal brengen door zijn werk? Neen immers welnu dan is het enkel afbreken tegenover derden. Ik voel daar zoo weinig voor. Ging het om een oorspronkelijk werk van hem, ik bedoel poëzie of proza, ik zou hem graag helpen, maar om dat afbreken van elkaar wereldkundig te maken daar help ik liever niet aan mee. Maar misschien toon je me aan, dat ik me in mijn meening vergis.

Daarom naar ik hoop

Tot spoedig

Hart.gr. ook aan je vrouw

tt.

H.Marsman

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie