Menno ter Braak
aan
W.L.M.E. van Leeuwen

Den Haag, 27 mei 1934

Den Haag, 27 Mei '34

 

B.W.

Hartelijk dank voor je uitvoerige formuleering van je indrukken van den ‘Politicus’; en ook voor de bijgaande Paed. Stud., waarin ik je artikel met instemming gelezen heb. Vermoedelijk zullen maar weinig collega's het met je eens zijn! Het probleem: historische of aesthetische litteratuurgeschiedenis, lijkt mij trouwens één van de vele gevallen, waarvan bij voorbaat vaststaat, dat de oplossing een compromis moet zijn; en het beste compromis vindt men dan natuurlijk bij degene, die het zuiverst den ‘goeden smaak’ heeft. Hoeveel leeraren hebben überhaupt smaak, om van een goeden nog maar te zwijgen? Wat je over het bevattingsvermogen der jongens zegt, is ook zeer juist, maar alweer onaanvaardbaar voor den beroepsfrik, die zijn superioriteit ontleent aan de gepostuleerde inferioriteit van de jeugd.

De reactie ‘nogal logisch’ is inderdaad de reactie van een mensch, die ik op p. 203 heb bedoeld en waarbij ik speciaal Gerda voor den geest had. Of het juist was, wist ik niet, geheel juist is het misschien ook niet; maar de uitdrukking ‘nogal logisch’ bevestigt toch mijn vermoedens. Bovendien: hoe mogelijk is zulk een mensch! Weinig positief gedrilde opvoeding, een goede dosis plantaardige vitaliteit doen al heel veel, al komt ook daarvan in 9 van de 10 gevallen toch weer een mislukking, omdat hij te beroerd is voor zulk een animaal en vegetatief leven of dank zij onze maatschappelijke instituten. Mijn polemische zelfbevrijding is inderdaad voor die ééne van de tien volkomen overbodig; tenzij die eene ook de neiging heeft om zijn plantaardigheid aan anderen te willen overdragen en dus toch een polemiek behoeft. Het is overigens wel wonderlijk, dat die heele omweg van de logica noodig is om tot zoo'n simpele ontdekking te komen, en nog wonderlijker dat de heele wereld langs die ontdekking heen leeft en daar in de allerlaatste plaats oog voor schijnt te hebben. De ‘honnête homme’ is een scheldwoord bij de intellectueelen: dat is een monsterlijke paradox! Nu komt nog de vraag, wat deze mijn ‘honnête homme’ moet doen; l'honnête homme en action! Voor Gerda is dat misschien ook al heelemaal duidelijk; ik zal er nog een boek over moeten schrijven om er achter te komen. Als individualist kom ik nu tot de sociologie, tot de politiek, kortom: tot de collectiviteit. Vreemd schouwspel.

Je notities kon ik bijna alle direct thuisbrengen. Benieuwd naar je critiek, die je me zeker wel zendt.

Met den kamerdienaar bedoelde ik alleen te zeggen, dat de controle van het indiscrete document een valsche heldenverering doet verdwijnen. Een werkelijk heldendom zal voor een eerste klas kamerdienaar natuurlijk niet verdwijnen, omdat hij in de indiscreties toch de proporties zal herkennen. Niet alleen in de werk dus, maar in de heele persoonlijkheid, waarvan het werk maar een (meestal flink geacteerd) onderdeel is! Geen respect! Uit respect is alleen gemotiveerd - als het met je eigen meerderheidservaring correspondeert. Ik ben ervan overtuigd, dat het respect minstens 90% van de gangbare reputaties in leven houdt?

Eind Juli en Augustus heb ik vacantie. Wij hopen dan zeker naar Delden te komen. Het werk bevalt me goed, en toch - ik mis soms bepaald de ‘jeugd’, hetzij zonder eenige paedagoochelarij gezegd! En ook de vaste werktijden! Verdomd, altijd ‘dat wat je niet hebt’! Misschien word ik toch nog wel weer eens leraar, hart.gr. voor jullie beiden,

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie