Menno ter Braak
aan
W.L.M.E. van Leeuwen

Den Haag, 14 mei 1936

den Haag, 14 Mei '36

 

B.W.

Hartelijk dank voor de toegezonden critieken, die ik meteen (en doorgaans met instemming) doorgelezen heb. Je doet me altijd veel pleizier met een dergelijke zending. Komen de zondagsbladen van Het Vad. regelmatig aan?

Ik heb voor a.s. Zondag over je ‘Drift en Bezinning’ geschreven. Mijn indrukken van het geheel zijn zeer gemengd, en ik heb een abnormaal lang artikel gemaakt om precies te zeggen, wat ik er voor en tegen vind. In dat stuk vind je dus mijn geheele argumentatie. Persoonlijk nog dit:

De conceptie van het geheel lijkt mij fout. Je had een keuze moeten doen tusschen historie en critiek, wat je niet deed. Gevolg is nu, dat je op twee gedachten hinkt. En dat is extra jammer, omdat je ‘middennoot’ uitstekende eigenschappen heeft. Met name de karakteristiek, die je van mij geeft, is zeer geslaagd, al geloof ik, dat je mijn ‘Carnaval’ te hoog en mijn ‘Politicus’ te laag (in verhouding tot het ‘Carnaval’) aanslaat, maar dat doet niets af aan mijn appreciatie voor de geslotenheid van het beeld. Ik weet echter bijna zeker (schrijf me na lezing van mijn artikel vooral eens, of dat zoo is!), dat je de persoonlijke afronding van deze karakteristiek, de psychologische achtergrond in de eerste plaats ook zoo hebt kunnen geven, omdat je mij persoonlijk kent en mijn werken dus kunt relativeeren door mijn leven. Je hebt belangstelling in mij als mensch, en dat komt de qualificatie van mijn boeken ten goede. Ook bij Vestdijk, Du Perron en andere ‘verwanten’ is je instelling m.i. zeer zuiver; Anthonie Donker is ook zeer goed. Maar wat je dan weer over Jany zegt, lijkt mij precies het tegenovergestelde. Je instelling op den mensch is daar geheel verdrongen door onverantwoordelijke hymnen, die dus volstrekt niet kloppen met de andere (beste) stukken van je boek, en dan is je volledigheidsmanie de ergste handicap, vind ik. Hier verval je weer in objectiviteitsdrift die in je andere boeken natuurlijk geheel op zijn plaats is, maar hier beslist veel bedorven heeft.

Ik heb me het genoegen niet ontzegd, de critiek van Bolle Ton de Soep tegen je uit te spelen. Deze was weer dik stom, maar je hebt hem wapens in de hand gegeven. Ik hoop echter, dat ik hem in mijn critiek indirect een mep verkocht heb, want in laatste instantie is hij het, die scheef, zoo niet ook ziet. (Wat je over hem zegt, is ook heel goed, maar de rest van de katholieken zijn, daar heeft hij gelijk in, zonder polemische liefde geschreven).

Onze persoonlijke betrekkingen zullen wel bestand zijn tegen de critiek, denk ik. Maar schrijf mij in ieder geval, wat je reactie op mijn beschouwing is.

Wanneer zijn jullie dezen zomer thuis? Wij blijven n.l. binnenslands, en zouden dus zeer wel een paar dagen kunnen komen.

De lust is dik aanwezig!

Hart. gr. van ons beiden ook voor Gerda, je

Menno

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie