K. Lekkerkerker
aan
Menno ter Braak

Brussel, 20 februari 1940

Brussel, 20-2-1940

74 John Waterloo Wilsonstraat

 

Waarde Ter Braak,

Bij de zending van verleden jaar Mei heb ik een aantal verhalen gevoegd, die mijns inziens zelfs niet behoeven te circuleeren. Het zijn ‘Het Paarlensnoer’, ‘Kolibries’, ‘Escale’ en ‘De dubbele Vergissing’. Wel moeten circuleeren: ‘De cognacflesch en het Bed van de Keizerin’, ‘Waar de Levensvreugde vandaan komt’ en ‘Erebos’. Dit laatste verhaal staat in den bundel van Van Wessem - ik veronderstelde dat iedereen dien heeft, waarom ik hem niet bij genoemde zending deed. Intusschen ben ik tegen.

Volgens mij zou de bundel novellen er zoo het mooist uitzien: I. Schuim en Asch, II. Het Lente-Eiland (2e dr.), vermeerderd met ‘Het uitgewischte Handschrift’ en ‘De Verzuimde Liefde’ en III. Verspreide Verhalen (‘De Amphoor’, ‘De tweede Keuze van Paris’, ‘Cherchez la Femme’, ‘Dutrou Bornier’ en ‘Laatste Verschijning van Camoës’). Wordt b.v. ‘Levensvreugde’ toch opgenomen (Du Perron was indertijd vóór), dan had ik graag aangegeven waar ergens. Ook vind ik het absoluut beter, dat, ‘Dutrou Bornier’, welk verhaal in den afzonderlijken herdruk van Schuim en Asch zou worden opgenomen, in den verzamelbundel in de laatste afdeeling wordt ondergebracht. De zending van Mei bevatte dus alle verhalen van Slauerhoff, op ‘Erebos’na. Begin volgende week kan ik Nijgh & Van Ditmar de revisie van het eerste deel poëzie terugsturen. Ik ga alles nog eens grondig na met de beschikbare manuscripten; het kost me daarom nogal wat tijd. Ook ontving ik proef van de reeds gebundelde verhalen. Intusschen veel dank voor je bemoeiingen in zake de Sl.-tentoonstelling.

Met besten groet,

K. Lekkerkerker

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie