Briefwisseling Menno ter Braak - Wybo Meyer

Wybo Meyer
aan
Menno ter Braak (Amsterdam)

Laag-Soeren, 12 mei 1924

B.M.

Dit is het houtvlot, waar Dick z'n tante op moet zetten, om haar van haar ‘Susa’ af te helpen. In deze beek zit snoek en paling die 's avonds met een lantaren bedwelmd en - niet gevangen worden. Je hóórt ze lachen, 't geliefkoosde hoon-woord van een paling is dan: ‘Doojevissiesfreter!’ (met een Geldersch accent). De snoeken zijn meer ‘hautain’, klapwieken alleen maar minachtend met de kopvinnen, en mompelen: ‘Hou er de moed maar in!’ And so do I.

Dag!

tot kijk

Wybo

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie