Arthur Müller Lehning
aan
Menno ter Braak

Den Haag, 22 februari 1928

22/2/28

Den Haag

Van Merlenstraat 124 (p/a Toorop)

 

Beste Menno,

Daar het huis Leidschegracht in verband met ziekte huishoudster en de staking van alle af en toevoerbuizen onbewoonbaar is ben ik hier in asyl. Sprak hier gisteren Last, die mij al eerder een lang epistel schreef over ‘Branding’ en hij vraagt mij om jou te verzoeken in je ev. kritiek in Filmliga of i 10 niet alle schrijvers te volgen door dit scenario (of scenarium zooals hij zegt) op zijn naam te schrijven. Hiervoor is hij, zooals alle ingewijden weten niet verantwoordelijk.

Franken heeft er totaal iets anders van gemaakt. Of het anders veel beter geworden was zul je wel (met mij) betwijfelen. Maar formeel heeft hij, lijkt mij, wel gelijk. Het is niet redelijk hem voor iets uit te schelden wat tenslotte niet zijn werk is. Het zou beter geweest zijn als hij maar geheel zijn naam teruggetrokken had.

Nog iets: hij wilde zijn artikel Volk en Film terug hebben daar iets, meende hij, de indruk wekte, alsof het een verdediging tegenover de slechte kritieken was. Ik raadde hem aan, en vraag het voor hem, nu, zet als je het plaatst een noot: wegens plaatsgebrek eenige weken liggen gebleven.

Je kreeg i10? Ik gaf het op 't je te sturen.

Schrijf wanneer je weer in A'dam komt. Charley vertelde dat je opgebeld had.

Hart. gegroet!

Arthur

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie