Menno ter Braak
aan
De Nieuwe Pers

13 oktober 1933

13 Oct. 1933

 

REDACTIE ‘DE 'NIEUWE PERS’

 

Zeer geachte Heer Börger

Het wil mij voorkomen, dat wij elkaar in onderhoud en correspondentie toch niet geheel begrepen hebben; althans de beide tot op heden verschenen nummers van D.N.P. doen mij veronderstellen, dat U niet bedoelt een filmkroniek (zooals b.v. in de ‘Groene’), wekelijks, van mijn hand te ontvangen, of zelfs niet een wekelijksch artikel over de film (zooals U mij door Uw accoordverklaring met mijn schrijven van 24 Sept. hebt verzekerd).

Niet alleen, dat Uw blad geen geregelde kunstrubrieken bevat - het schijnt mij toe, dat het ook niet in de lijn van Uw uitgave ligt, iets dergelijks in te voeren. Mij dunkt, dat U in dit opzicht niet overduidelijk geweest is, door mij zonder meer uit te noodigen.

Voorts tref ik in het tweede nummer een soort reclameartikel over de film ‘Cavalcade’ aan, geschreven in den gebruikelijken bioscoopstijl, en m.i. al heel weinig in overeenstemming met Uw ondertitel ‘onafhankelijk weekblad’. Het lijkt mij op zijn minst zonderling, dat U twee menschen aan het woord zou laten, waarvan de één de opinie der Tuschinski-advertentie en de ander (in casu: ik) zijn eigen opinie zou verkondigen: afgezien nog van het feit, dat zulks voor mij persoonlijk zijn bezwaren meebrengt. Ik heb b.v. toevallig ‘Calvalcade’ in Parijs gezien en zou, als ik toevallig daarop kwam, naar aanleiding van die film moeten schrijven, dat de maker een amusant, maar uiterst goedkoop-nationalistisch en volmaakt kitschig werk had afgeleverd; hetgeen U weer in strijd met Uw adverteerder-plus-reclameauteur en den lezer in de grootste verwarring zou brengen. Als het in Uw bedoeling ligt met zulke artikelen voort te gaan, lijkt het mij beter, dat ik U nu aanstonds meedeel, dat mijn medewerking verder onmogelijk is. Het is niet doenlijk voor mij, ‘samen te werken’ met een gecamoufleerde advertentiepaginator.

Ik meen U deze duidelijke verklaring schuldig te zijn, teneinde alle misverstand te voorkomen; het spijt mij overigens, want ik had mij gaarne solidair verklaard met een blad, dat positief stelling neemt tegen het fascisme.

Inmiddels, hoogachtend,

 

Doorslag: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie