E. du Perron en E. du Perron de Roos
aan
Menno ter Braak

Bandoeng, 26 oktober 1938

26-X-'38.

 

Beste Menno,

Ik lig nog in 't ziekenhuis, maar ben stukken beter. Ik heb al een adem van meer dan 1 ½ centimeter. Hartelijk dank voor je telegram, dat zeker tot het winnen van den strijd heeft bijgedragen - maar sjt! niet zoo boud, want de strijd is nog niet afgeloopen. Een goed teeken: ik begin mij hier in bed knapjes te vervelen. De rest moet Bep maar volmaken. Een ferme hand (zij 't wat klam en killig)

van steeds je

E.

 

Beste Menno,

Dat telegram was erg aardig van je, en 't deed me veel plezier. Ik had je toen net de vorige dag een briefje geschreven dat het beter ging. Ik dacht er even over je dat terug te telegrafeeren, maar deed het niet uit de overweging dat ik zelf altijd eerst erg schrik als ik een telegram zie liggen. Over een paar dagen mag E. waarschijnlijk eruit, dan gaan we nog een weekje naar buiten, bij Soekaboemi (post wordt nagezonden). De moeilijkheid zal zijn om hem nog echt rust te laten houden.

Veel hartelijks 2 × 2

Bep.

 

Zie ook de geactualiseerde versie van het notenapparaat van de brieven-editie Van Galen Last (1962).

 

Origineel: Letterkundig Museum, Den Haag

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie