P. van Renssen
aan
Menno ter Braak (Eibergen)

Rotterdam, 22 april 1927

22/4-'27. R'dam

 

Geachte Heer Ter Braak,

Door verschillende oorzaken werd de beantwoording van Uw vriendelik schrijven, waarvoor ik U zeer dankzeg, door mij tot nu toe uitgesteld. Daar ik niet weet hoe kort of lang het nog duren kan eer mijn ‘Chaos’ uitkomt, zou ik U wel de copie ervan ter lezing willen zenden, doch, hoe beperkt de inhoud is, ik weet niet of U dezer dagen tijd en gelegenheid hebt er kennis van te nemen. Mocht dit zo zijn, dan hoor ik het misschien wel van U? Zodra de copie, die ik uitleende, weer in mijn bezit is, en dat zal over ± 14 dagen zijn, kan ik ze u in dat geval toezenden. - Daar U met sommige V.B.-medewerkers persoonlik bekend zijt, staat U tegenover hun werk uit der aard niet zo objektief als een vreemde zoals ik, en is U eer geneigd iets van hen door de vingers te zien. Ik heb dit verschijnsel meermalen bij mijzelf ervaren. Dat Marsman een dichter is staat ook voor mij vast, daarom vind ik het juist jammer dat hij zulke gekke sprongen doet en zijn visie vernauwt en verprauwt door in de mist der literatuur te gaan staan, in plaats, als een gewoon mens (de dichter moet doodgaan, eer de mens leeft), de heldere, alledaagse atmosfeer te kiezen, waarin wij onszelf wèl veel minder groot en belangwekkend zien, maar waarin wij ten slotte toch alleen maar oprecht leven kunnen. De V.B. doen mij aan als een groepje over 't paard getilde jongelui, waartussen enkele (2 of 3) talent hebben en zich ook wel van hun omgeving zullen losworstelen. Een ‘economisch feit’ houdt wel epigonen en beginnertjes, maar op den duur geen mensen, persoonlikheden bij elkaar. En is dat hier niet (De Vries en U zonder ik uit) het verlangen, aan den weg te timmeren en zich in het ondanks alles nog romanties geziene wereldje der literatuur een plaats te veroveren? Alleen die ondanks zichzelf, en ondanks de rauwheid van het leven, dichter en wijsgeer zijn, verdienen deze naam. Eén troost: de strebertjes blijven vanzelf wel achter en wilde haren vallen uit. Maar zolang de literatuur naar zichzelf blijft zien en zichzelf adoreren, gaat het leven haar voorbij. Dit principe moest eens aan de bedoelde V.B.-mensen gepropageerd worden. -

Vr. gr. en oprechte hoogachting

Uw P. van Renssen.

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie