Briefwisseling Menno ter Braak - Jacques de Thouars

Jacques de Thouars
aan
Menno ter Braak

M.S. ‘Baloeran’, 5 maart 1931

5-3-'31

 

Waarde Menno,

Hoewel ik je reeds mededeelde geen enkel bezwaar ertegen te hebben dat je nieuwe boek aan mij zou worden opgedragen, wilde ik je dit ook persoonlijk nog even schrijven. Door de groote drukte in verband met mijn vertrek ging het mij door het hoofd, zoodat het eerst thans gebeuren kan, waarvoor ik mijn oprechte verontschuldigingen aanbied.

Tevens wil ik je dan zeggen dat het door mij beschouwd wordt als een hoffelijke attentie, welke ik zeer op prijs stel.

IJdelheid is een van mijn zwakheden, en ik kom er eerlijk voor uit het heel aardig van je te vinden een boek - naar ik vertrouw een goed boek - aan mij te zien opgedragen. Hoewel het zeer vernederend is dat de capaciteiten van een ander noodig zijn om den naam van mijn geslacht weer eens buiten een zeer beperkten kring te brengen. Vroeger werd zij gedragen òf door beroemde, òf door beruchte lieden. Nu beteekent zij nog slechts middelmatigheid, het ergste wat er is.

Maar deze ontboezemingen zullen je weinig interesseeren.

Het spijt mij erg je voor mijn vertrek niet meer gezien te hebben; er zijn echter vele menschen waarvan ik geen afscheid meer heb kunnen nemen.

Van Jo vernam ik dat je nu - zooals het plan was - met je zuster samenwoont. Maakt HEd. het goed? En jijzelf ook? Ik heb hier aan boord een leven als een prins; morgen komen wij te Batavia aan. Of rechtstreeks, òf via Jo laat ik nog wel eens iets van mij hooren. Ik wensch je een goede carière toe.

Met beleefde groeten voor je zuster, en stevige handdruk voor jezelf.

Jacques de Thouars

 

p/a N.V. Nederlandsche Lloyd Batavia

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie