Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Rotterdam, 10 september 1931

R'dam, 10 Sept. '31

 

B.H.

Hierbij het concept van de inleiding voor no.1 van Forum, zooals het tijdschrift gisteren definitief gedoopt is. Graag spoedig terug met je bemerkingen (b.v.: is het zoo duidelijk, dat wij allerminst tegen de poëzie zijn?)

De stichtingsbijeenkomst was zeer bevredigend. Het contract waarborgt absolute vrijheid van de redactie. Wij krijgen de beschikking over jaarlijks 32 pagina's illustratie. Het kan wel goed worden. Wij betreuren het beide, dat je niet in de redactie wilt, maar vinden je besluit zeer begrijpelijk. De poëzierubriek is voor je gemonopoliseerd, zoodat over poëzie alleen door anderen zal worden geschreven, als jij het niet doet, in een bepaald geval.

Het eerste nummer zit in elkaar, bevat: Inleiding, ± 20 pag. ‘Démasqué’, twee verzen van jou, ± 20 pag. ‘Verboden Rijk’ van Slau, een paar andere verzen, een prozakroniek van Bep over ‘twee meisjes en ik’, een ‘Publieke Belangstelling’ van mij over... Fokker, en nog twee of drie andere dingen. - We rekenen voor II of III op een ‘Van onder het Stof’ van jou over Couperus. Wil je ook, als je hem spreekt, Jan Engelman vragen mee te werken? Wij zijn zeer op zijn persoon gesteld.

Het redacteurschap van Roelants zal vrijwel fictief zijn; maar aangezien Zijlstra met het tijdschrift in Vlaanderen wil werken, leek ons zijn aanwezigheid geen bezwaar. Let wel: Zijlstra heeft geen enkele druk op ons uitgeoefend en de zaak, onder kenbaarmaking van zijn inzicht, geheel aan ons overgelaten.

V. Wessem en Dick vragen wij natuurlijk ook als medewerkers. Ik hoop van harte, dat in dezen alle persoonlijke rancune, die nog mocht zijn blijven hangen, op zij zal worden gezet!

hart. gr. ook voor Rien,

je Menno

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie