Menno ter Braak
aan
H. Marsman

Den Haag, 1 mei 1938

Den Haag, 1 Mei '38

 

Beste Henny

Dank voor je briefkaart, die hedenmorgen kwam, en voor je waarderende woorden over mijn critiek. Eerlijk gezegd, deze beviel mij zelf maar half, niet om wat er stond, maar om wat er aan ontbrak. Ik had bij het overlezen n.l. soms den indruk, alsof ik van het ‘altaarstuk’ alleen de beide ‘zijluiken’ uitvoerig behandeld had, terwijl ik het middenstuk, dat toch het geheel bepaalt en zijn niveau vaststelt, alleen noemde, zonder er dieper op in te gaan. Vandaar, dat een slechte lezer zou kunnen denken, dat er aan het artikel iets niet in den haak is; ‘de schrijver zegt telkens, dat hij het werk hoog aanslaat, maar hij doet niets dan over oude fouten handelen’. Dit ‘perspectivisch’ gebrek komt m.i. voort uit de omstandigheid, dat het poëziecentrum zeer onvoldoende besproken werd. Eigenlijk had ik twee artikelen over je Verzameld Werk willen en moeten schrijven, maar omdat ik nog niet heelemaal 100% in orde was, bleef het bij dit eene.

Ik had een zeer onaangename paar weken, met die zenuwgeschiedenis. Gelukkig voel ik me nu weer geheel ‘den oude’, tenminste wat mijn werkkracht betreft; wat mijn ‘geest’ betreft - deze historie heeft sterk in mij gegist en de gisting duurt nog voort. Met welk resultaat? Ik weet het niet, maar voorloopig is hoofdzaak, dat ik weer leven kan. Jammer, dat wij elkaar nu juist moesten misloopen. Maar vermoedelijk zien wij elkaar nu toch dezen zomer in Frankrijk. Wij gaan waarschijnlijk eind Juli en begin Aug. bij de Greshoffs logeeren, maar zijn van plan eerst Provence te bekijken: Avignon, Arles etc. Bij die gelegenheid zullen we elkaar wel gemakkelijk kunnen treffen.

Hoe gaat het met Thelen?? Ik hoor niets van hem. Heeft hij het nu niet erg eenzaam in zijn dal?

‘Mephistophelisch’ is gisteren verschenen. Zoodra ik over de noodige exemplaren beschik (je weet, dat zooiets bij Stols nog wel even kan duren, soms), zend ik je er een. Het boekje ziet er heel aardig en vooral heel mephistophelisch uit: knalrood.

Tot nader!

Hart. gr., ook voor Rien, van ons beiden

je Menno

 

N.B. Ik heb nog niets gemerkt van de aanwezigheid van Salden. Zou hij het op prijs stellen, als ik hem eens inviteerde? Waar hij woont, zal v. Rantwijk wel weten, denk ik.

 

Origineel: Den Haag, Koninklijke Bibliotheek

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie