Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk (Montigny-sur-Loing)

Eibergen, 29 juli 1926

Eibergen, 29.VII.'26.

 

Amicissime.

In afwachting van het feit, dat een brief van je zal arriveeren (voor de twee kaarten, die inmiddels kwamen, dank!), bevestigend den aankomst van mijn verontwaardigd schrijven, hedenavond vermoeid van het definieeren en peinzen, hoe ik mijn leven verder moet inrichten, weemoedig gebladerd hebbend in onze correspondentie van maanden en jaren geleden, en geconstateerd hebbende, dat deze aan een eventueel nageslacht een zeer onzedelijk denkbeeld (ten onrechte!) van onze faits et gestes zal geven... zet ik mij tot schrijven. (Hè!) Er is hiernaast juist een Chr.-Gereformeerde koperen bruiloft van lieden, die dus ten stelligste volhouden, dat de slang arameesch gesproken heeft en dit geeft een prettige heidensche stemming. - Hoe in godsnaam gaat het jullie toch; behalve de enkele korte aanteekeningen op de olifant en het idyllisch landschap van M.s.L. hoorde ik daarover nog niets. Misschien raakte er een brief van jou zoek? Ik hoop op een spoedige oplossing van het mysterie door een epistel uit je tegenwoordig agrarisch home. O, étrangers, uitvreters der fransche natie, hoe benijd ik jullie! (Tenzij er adders rondslenteren en je zelf pommes frites moet schillen.)

Inmiddels had ik een klein conflict met onzen stroosnijder, Chasalle, die mij mijn film-artikel terugzond met een onleesbaar en voor zoover leesbaar, ridicuul briefje, bovendien onbegrijpelijk van bedoeling.1) Ik schreef hem een brief-op-pooten, waarop vanavond een antwoord kwam, ditmaal drie onleesbare floddervelletjes, behelzende een soort capitulatie. De zaak kwam hierop neer, dat hij in een enkel opzicht met mij van meening verschilde en bovendien mijn stuk te ‘algemeen’ vond. Dit was de reden, blijkbaar, om mij het stuk zonder begrijpelijke commentaar terug te zenden! Gelukkig bleek uit deze laatste brief de kern van het geschil: de heer Chasalle had zelf al een ‘eerste stuk’ klaar, waarop mijn divagaties waarschijnlijk niet pasten. Intusschen heeft hij eerlijk ingebonden. Het voornaamste bezwaar des mans (n.b. redactioneel secretaris!) vind ik dan ook niet, dat hij de heele wereld Chasalle wil maken, maar wel zijn onleesbare keukenmeidenpoot. Horribel, het kostte me een uur. - Schreef jij al over de surréalistische film? Allemachtig graag zou ik die zien. En Prinsen... schrijf me vooral over je rencontre met dezen druif der druiven! Heb je kennis gemaakt of hem bespogen en plein public? Ja, c’est la vie...

Graag zou ik je (jullie) oordeel hooren over mijn groeiende Persoonlijkheid-Woord-studie. ’t Is een niet gering werk. Ik zit nu midden in het Woord. Als ik nu eindelijk zeker ben van je adres en deszelfs bereikbaarheid kan ik je misschien een doorslag sturen. - Toch: wat is het denken een beroerd procédé, gecombineerd met het opschrijven. Beide op zichzelf is pleizierig. - Ik werk nu à la Scharten-Antink (maar dan heel anders) met Jo samen; zij is (behalve in het ironiseerende, Wim) de eenige, waaraan ik mijn zwaaien aan het slappe koord hier kan verifieeren. Overigens zie ik steeds meer, in dit geval (Jo + ik), de analogieën met dat van Emmy en jou (ondanks de vele verschillen aan mannelijke zijde) en ik vrees voor het paradijs. God helpe ons. - Ik was gisteren weer den heelen middag in Neede. -

Schrijf ook, wanneer je weer in het land komt. Zulks in verband met je logeeren hier, dat we dan voorloopig kunnen vaststellen.

30.VII.26, Vandaag kwam er geen bericht van je. Ik verzend dus deze brief vanavond, in de hoop, dat hij aan zal komen. Het is ongelukkig, dat de correspondentiebanen zoo slecht zijn geregeld.

Hou je goed, groet Henny hart. Een stevige poot je

Menno

 

1) De bedoeling werd me pas vandaag (30 Juli!!) duidelijk, toen ik eindelijk een bepaalde zin in zijn kladboel had ontcijferd. De terugzending was een soort vriendelijkheid, omdat ik hem geschreven had, dat hij me weinig tijd gunde!!

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie