Menno ter Braak
aan
D.A.M. Binnendijk (Zutphen)

Eibergen, 17 december 1927

Eibergen den 17 Dec. 1927

 

Beste Dirk.

Sedert eenige dagen hier weer geacclimatiseerd, aan het werk. Een hoofdartikel tegen de Telegraaf geschreven. Merkwaardig overigens, hoe dergelijke polemische aangelegenheden je plotseling op eenigen afstand vrij onbelangrijk gaan schijnen! Het kostte me eenige moeite de vereischte temperatuur te bereiken; maar door me het verwaten aangezicht van den jongeheer Arntzenius voor den geest te roepen, gelukte dat tenslotte toch.

Natuurlijk... ben ik bezweken, ondanks onze afspraak. Getergd om te bezwijken. Mijn moeder zou gaan (naar Jo, begrijp je al), kon niet, zei toen tegen mij: ‘Jij zult wel willen gaan!’ Wat kon ik doen dan ja zeggen? En gelukkig was het ditmaal niet ellendig, maar goed. Zooals soms iets plotseling reusachtig goed kan zijn. Ik heb mijn hart over de diverse dingen, die me bezwaarden, uitgestort, ook nogal scherp hier en daar; en zij is nu eenmaal een vrouw, die begrijpen kan en wil. Er is merkwaardig weinig Strindbergsch in onze verhouding, dat is één geluk, want anders had ik het al lang niet meer volgehouden. De momenten, waarin me de hopeloosheid niet overvalt, zijn daarom ook zoo goed. Gelukkig vertoonde de heer des huizes zich slechts eenige seconden, waarin hij echter nog kans zag, om over Pisuisse te beginnen! Er staat nu een radio: het samen zoeken van Daventry blijkt een bijzonder genot. Hoe ging het jou? Je zit nu zeker weer te Zutfen; ik stuur daar dit epistel maar heen.

Je krijgt van me een uitvoerige kroniek over ‘Eva’ voor het Jan. nummer der Bladen. Dirk C. zond me n.l. het stuk terug met de verontschuldiging, dat hij er zelf aan bezig was. ‘Een lastig geval!’ P.S. ‘De naam van Top Naeff naast Smeding heeft me werkelijk geërgerd. Dit wordt me te onrechtvaardig. “Letje” wordt een relletje, gevolg van zich verkeerd op dit boek instellen.’ Dat was natuurlijk meer in het bijzonder de oorzaak van het terugzenden. In ieder geval werk ik het stuk nu om (er staan in de inleiding, die als geheel blijft, inderdaad een paar ‘onrechtvaardigheden’) en waarschijnlijk breid ik het uit. Het kan dan een kroniek van het Proza in I worden. Amerika, dat ik zeker schrijf, bewaar ik dan voor IV. Goed?

Op Vrijdag 30 Dec. zal ik hier het publiek met films bezig houden. Kom dan ook, het kan wel grappig zijn. Joris komt draaien.

De enkel van mijn vader knapt al goed op. In het nieuwe jaar zal hij weer klaar zijn waarschijnlijk.

Schrijf eens gauw. Over alles.

Hart. gr. aan ouders en zelf een poot van je

Menno

 

Origineel: Den Haag, Letterkundig Museum

vorige | volgende in deze correspondentie
vorige | volgende in alle correspondentie